CFR
Ook bekend als: Cost and Freight, Kosten en vracht, C&F
CFR, Cost and Freight, betekent dat de verkoper de zeevracht tot de haven van bestemming betaalt, maar dat het risico al overgaat zodra de goederen aan boord staan in de haven van verscheping. CFR geldt alleen voor zee- en binnenvaart.
Wie regelt wat bij CFR?
De verkoper sluit het zeevervoercontract tot de genoemde haven van bestemming, betaalt de vracht en doet de uitvoeraangifte. De koper regelt de invoer en betaalt rechten en btw. De verkoper kiest de rederij en houdt de regie over de boeking; de koper draagt vanaf aan boord het risico van een reis die hij niet zelf heeft geboekt. Verzekeren is bij CFR niet verplicht. Wie dekking wil, gebruikt CIF. Laat je CFR onverzekerd, dan staat de koper bloot aan schade op zee zonder polis en zonder het vervoercontract op zijn naam. Claimen bij de rederij is dan lastiger, omdat hij niet de contractspartij is. CFR geldt alleen voor zee- en binnenvaart. Voor containers, lucht en multimodaal is CPT de tegenhanger: zelfde gedachte (verkoper betaalt tot de bestemming, risico bij de eerste overdracht), maar met een risicopunt dat bij een container klopt. C&F is dezelfde term in een verouderde schrijfwijze, officieel CFR sinds Incoterms 1990.
Waar gaat het risico over bij CFR?
Zodra de goederen aan boord zijn in de haven van verscheping, dus aan het begin van de reis die de verkoper betaalt. Kosten en risico gaan hier op verschillende plaatsen over. Dat is dezelfde splitsing als bij CPT, CIP en CIF, en het is het punt waar CFR het vaakst misgelezen wordt. Gaat het schip verloren, dan is de schade voor de koper terwijl de verkoper de vracht al heeft betaald. Dat is de reden dat CIF in de praktijk vaker wordt gebruikt: dezelfde kostenverdeling, met een polis erbij. De polis verschuift het risicopunt niet, ze dekt alleen het gevolg. Noem de haven van bestemming in de Incoterm, want dat is tot waar de vracht is betaald. Het risicopunt noem je apart, of je maakt het in het contract expliciet: risico aan boord in de haven van verscheping, vracht tot [haven van bestemming]. CFR Rotterdam alleen zegt waarheen is betaald, niet waar het risico overging.
Wat betekent CFR voor de douanewaarde?
De CFR-prijs bevat de zeevracht tot de haven van bestemming. Ligt die haven in de EU, dan zit de vracht tot de buitengrens al in de prijs en hoeft er niets bij. Verzekering zit er niet in; heeft de koper zelf een polis tot de EU-grens, dan telt die premie wel mee in de douanewaarde. Kosten na aankomst in de EU-haven, zoals lossing en binnenlands transport, mogen eraf als ze apart aantoonbaar zijn. Zonder specificatie op de factuur accepteert de Douane die aftrek niet. Bij lijnvaart zitten lossingskosten vaak al in de zeevracht; bij bulk en charters niet. Dat verschil moet uit het contract blijken. Op de invoeraangifte is de genoemde plaats de haven van bestemming, in het land van invoer. Dat wijkt af van het risicopunt, dat in de haven van verscheping ligt. De aangifte volgt het contract, niet het risico. CFR Rotterdam op een zending uit Shanghai is een EU-plaats, met mogelijke aftrek van kosten na binnenkomst.
Waar let je op bij CFR?
Noem de haven van bestemming, want dat is de plaats tot waar de vracht betaald is. Het risicopunt ligt daar juist niet: dat ligt aan boord in de haven van verscheping. Wie die twee verwart, denkt dat de verkoper tot Rotterdam risico draagt, en ontdekt bij schade dat dat niet zo is. Spreek daarnaast af wie de lossingskosten in de haven van bestemming draagt. Die zitten bij lijnvaart vaak al in de zeevracht verwerkt, maar bij bulk en charters niet. Wordt daar niets over gezegd, dan komt de rekening bij de koper terwijl hij dacht dat de verkoper tot de bestemming betaalde. Spreek ook af wie verzekert. Bij CFR is niemand verplicht, en een schade op zee zonder polis is voor de koper. CIP en CIF dichten dat gat. DAP verschuift het risico helemaal naar aankomst. CFR zonder die extra afspraak is een term met een gat dat pas zichtbaar wordt als het schip ergens niet aankomt.
Waarom kiezen partijen toch voor CFR?
CFR is aantrekkelijk voor een verkoper met goede vrachttarieven die de regie over de boeking wil houden, bijvoorbeeld omdat hij zelf de laadplanning bepaalt. De koper krijgt een prijs inclusief vracht zonder zelf te hoeven boeken. Bij commodity-stromen is dat de standaard: de verkoper kent de rederijen, de koper kent de lading. De keerzijde is het gat tussen kosten en risico. Gaat er onderweg iets mis, dan is de koper de schade kwijt terwijl hij de vervoerder niet heeft gekozen en het vervoercontract niet op zijn naam staat. Dat maakt het verhaal halen bij de rederij lastiger. Wie dat gat wil dichten, gebruikt CIF en laat de verkoper de verzekering regelen. CFR blijft ook in omloop omdat C&F in oude contracten en prijslijsten staat. Dat is dezelfde term. Vervang de schrijfwijze door CFR en voeg Incoterms 2020 toe, zodat niemand een editie van voor 2010 terugleest, toen het risicopunt nog de scheepsreling was.
Hoe komt CFR op de invoeraangifte?
Op de invoeraangifte geef je CFR op als leveringsvoorwaarde, met de haven van bestemming. Die haven ligt in het land van invoer als je in de EU aangeeft. De Douane leest daaruit dat de factuurprijs de zeevracht tot die haven al bevat, en dat alleen kosten na binnenkomst eraf mogen als ze apart blijken. Verzekering moet je bijtellen als de koper die zelf tot de EU-grens heeft gesloten. Vergeet je die premie, dan is de waarde te laag. Lossing en binnenlands vervoer mag je eraf halen als ze in de CFR-prijs zaten en apart blijken, wat bij lijnvaart soms zo is en bij een reischarter zelden. CFR is geen CIF. Op de aangifte is het verschil de verzekering. Een CIF-factuur onder een CFR-code, of omgekeerd, zet de premie aan de verkeerde kant van de rekensom. De drielettercode op factuur en aangifte moet gelijk zijn, en de opbouw moet de vracht (en bij CIF de premie) laten zien.
Welke documenten en valkuilen horen bij CFR?
De verkoper levert factuur, paklijst, uitvoeraangifte, het zeevervoercontract of de booking, en het cognossement. Een verzekeringscertificaat hoort er niet bij. De koper doet de invoer en sluit zelf een polis als hij dekking wil. Het cognossement is het bewijs dat de goederen aan boord zijn, en daarmee dat het risico is overgegaan. De eerste valkuil is denken dat de verkoper tot de bestemming risico draagt. De tweede is CFR voor containers, waar CPT het risicopunt beter legt. De derde is geen afspraak over lossingskosten, waardoor de koper bij aankomst een rekening krijgt die hij in de CFR-prijs dacht te hebben zitten. Wie het gat tussen vracht en risico niet wil, heeft CIF (zelfde term plus minimale verzekering) of DAP (risico tot aankomst) nodig. CFR is de term voor wie de boeking bij de verkoper wil houden en het transportrisico bewust bij de koper legt. Zeg dat erbij, anders leest de koper de C als tot de bestemming, in alle opzichten.