Ga naar inhoud

·9 min lezen

Douane in eigen hand nemen

Zelf aangifte doen of uitbesteden is geen principekwestie maar een rekensom, en de uitkomst verschilt per stroom binnen hetzelfde bedrijf. Dit stuk loopt de afweging af zoals een verlader hem in de praktijk maakt: volume, marge per zending, het risico dat je hoe dan ook al draagt, en wat er echt nodig is voordat de eerste eigen aangifte de deur uit kan.

Diagram met twee gelijkwaardige routes naar dezelfde aangifte, waarbij een teal lijn terugloopt naar het bedrijf dat importeert.

Wat drijft de beslissing werkelijk?

Drie dingen bepalen de uitkomst, en geen daarvan is de prijs van een aangifte op zichzelf. Het eerste is volume. Een agent rekent per aangifte, een eigen declarant kost een vast salaris per maand, ongeacht of er die maand twintig of tweehonderd dossiers langskomen. Zolang je aantallen laag zijn, is variabel betalen goedkoper dan een vaste kostenpost dragen. Ergens kruisen die twee lijnen elkaar, en waar dat punt ligt hangt af van jouw tarieven en jouw loonkosten, niet van een vuistregel uit een vakblad. Het tweede is de marge per zending. Bij bulk met een dunne marge telt elk bedrag per aangifte mee en voel je het meteen. Bij een zending met een hoge waarde valt datzelfde bedrag weg in de ruis, en gaat het veel meer om doorlooptijd en om het voorkomen van een naheffing dan om de kosten van het indienen zelf. Het derde is het risico dat je al draagt. Dat is de post die in de meeste businesscases ontbreekt, omdat er geen factuur bij hoort. Het is tegelijk de post die de rest van deze afweging kleurt, want hij verandert niet mee met de partij die het werk doet.

Wie draagt de douaneschuld als een agent voor je indient?

Uitbesteden verplaatst het werk, niet het risico. Als importeur ben je gehouden tot de douaneschuld, en de verantwoordelijkheid voor de douanewaarde, de oorsprong en de indeling ligt bij jou, ongeacht wie de aangifte heeft ingetikt. Bij directe vertegenwoordiging dient de agent in op jouw naam en voor jouw rekening en ben jij de aangever. Bij indirecte vertegenwoordiging is de agent zelf aangever en wordt hij medeschuldenaar, maar dat maakt jou niet vrij. Blijkt bij een controle achteraf dat een goederencode al twee jaar verkeerd is, dan komt de naheffing bij de importeur binnen, met rente. Dat de agent de code heeft gekozen is voor de Douane geen verweer. Verhaal op je dienstverlener is een civiele kwestie en geen douanekwestie, en de aansprakelijkheid in zijn voorwaarden is zelden gelijk aan het bedrag van de naheffing. Dat maakt uitbesteden niet onverstandig. Het betekent dat de vergelijking niet loopt tussen 'risico bij hem' en 'risico bij mij'. Het risico staat aan beide kanten van de streep, en de enige echte vraag is wie het werk doet waarmee je dat risico beheerst, en hoe zichtbaar dat werk voor jou is.

Wat heb je nodig voordat de eerste eigen aangifte de deur uit kan?

Een EORI-nummer dat actief is in de EU-validatie, op de rechtspersoon die op de aangifte komt te staan. Dat is de makkelijke stap. Daarna komen de stamgegevens, en daar zit het werk. Elk artikel heeft een volledige tiencijferige goederencode nodig, een land van oorsprong dat het productieland is en niet het land van verzending, een omschrijving die de code draagt, en de documentcodes die horen bij de maatregelen onder die code. Een artikelbestand dat jarenlang goed genoeg was voor je eigen administratie, is dat voor DMS meestal niet. Verder heb je een systeem nodig met een koppeling naar de douanesystemen, en waar de regeling erom vraagt een zekerheidstelling voor de rechten en de btw die openstaan. Dat is geen software-item maar een bankregeling, en hij heeft een doorlooptijd. En je hebt iemand nodig die de regels kent. Dat is de post die het vaakst wordt onderschat. Een ervaren declarant heeft maanden nodig voordat hij zelfstandig door jouw stromen loopt, want de regels zijn maar de helft; de andere helft is jouw artikelbestand en jouw leveranciers. Tot die tijd moet iemand anders het werk nakijken, en die tijd komt ergens vandaan.

Diagram van een controle achteraf: uit drie jaar aangiften worden drie kolommen gelicht voor waarde, oorsprong en indeling.

Welke vergunningen lonen pas boven een bepaald volume?

Zelf aangifte doen opent vergunningen die je als uitbesteder via een ander gebruikt of helemaal niet. De bekendste is de vergunning artikel 23. Daarmee verleg je de btw bij invoer naar je periodieke aangifte omzetbelasting in plaats van hem bij invoer te betalen en later terug te vragen. Het effect zit in je werkkapitaal en schaalt mee met de waarde die je invoert: bij een handvol zendingen per jaar merk je er weinig van, bij wekelijkse containers staat er doorlopend geld vast dat verder niets doet. Inschrijving in de administratie gaat een stap verder. Je schrijft de zending bij binnenkomst in je eigen administratie in en dient over de afgesproken periode de aanvullende aangifte in. Dat scheelt handelingen per zending, maar het verlegt de last naar je administratie, want de Douane toetst achteraf precies of vergunning, administratie en aangifte op elkaar aansluiten. Elke vergunning kost dus zelf ook iets: voorwaarden, een administratie die het houdt en iemand die hem beheert. Onder een bepaald volume betaal je die prijs voor een voordeel dat je niet incasseert. Reken het per vergunning door met je eigen aantallen en je eigen invoerwaarde, en niet met het voorbeeld van een collega uit een andere branche.

Waarom weet je bij uitbesteding zelden waar een zending staat?

Vraag een verlader die uitbesteedt waar zijn container staat, en het antwoord is bijna altijd dat hij het even navraagt. Dat is geen onwil bij de agent. De aangifte staat in het systeem van de agent, de statussen komen daar binnen, en de verlader heeft er geen scherm op. Wat hij krijgt is een mail, meestal op het moment dat het al ergens klemt. Het verschil valt pas op als er iets misgaat. Een aangifte die is aanvaard en een MRN heeft, kan alsnog onder een documentcontrole liggen. Een container die douanetechnisch vrij is, kan bij de terminal nog steeds vaststaan omdat een melding niet is gedaan. Wie die twee kanten niet naast elkaar ziet, hoort het van de chauffeur die voor een dichte poort staat, en dan is de tijd al verstreken. Zichtbaarheid is daarmee een apart argument in de afweging, los van de kosten. Het is ook het argument dat je zonder insourcen kunt oplossen. Een koppeling die de douanestatus en de terminalstatus terugzet in je eigen systeem geeft je het beeld zonder dat je de aangifte zelf gaat doen.

Waar kijkt een controle achteraf naar?

Een douanecontrole achteraf kijkt zelden naar de vraag of een veld netjes is ingevuld. Hij kijkt naar drie dingen: de douanewaarde, de oorsprong en de indeling. En hij kijkt niet naar één zending maar naar een reeks, tot drie jaar terug. Bij de waarde gaat het om de opbouw. Klopt de aangegeven waarde met de factuur, de betaalbewijzen en de vrachtfactuur, is de vracht tot de buitengrens meegeteld zoals de incoterm voorschrijft, en zijn royalty's en licentievergoedingen die als voorwaarde voor de verkoop zijn betaald meegenomen. Bij de oorsprong gaat het om het bewijs achter een preferentieel tarief: een EUR.1, een oorsprongsverklaring of een attest van een geregistreerde exporteur, en de leveranciersverklaringen die daaronder liggen. Bij de indeling gaat het om de code, en om de vraag of dezelfde code drie jaar lang op hetzelfde artikel is gebruikt. Wie uitbesteedt moet die onderbouwing alsnog zelf leveren. De stukken liggen dan verspreid over jouw administratie en die van je agent, en de vraag komt jaren later, als de vrachtfactuur van toen niet meer vanzelf boven tafel komt.

Waarom komen de meeste bedrijven uit op een mengvorm?

De praktische uitkomst is zelden alles of niets. Wat zich leent voor eigen beheer zijn de vaste stromen: dezelfde leverancier, hetzelfde artikelbestand, dezelfde codes, dezelfde regeling, elke week opnieuw. Daar is het werk voorspelbaar, zijn de stamgegevens stabiel en levert routine echt iets op. Wat buiten de deur blijft zijn de uitzonderingen. Een transitdocument bij een grens die je zelden gebruikt, een zending die door een keuring moet, een land waar je twee keer per jaar iets naartoe stuurt, een regeling die je één keer eerder hebt gezien. Voor die gevallen is een agent goedkoper dan zelf de kennis opbouwen en onderhouden, en het is bovendien de categorie waarin een fout het duurst uitvalt. Die mengvorm heeft één voorwaarde: je moet vooraf weten in welke bak een zending valt, en niet per dossier gaan overleggen. Leg per stroom vast wie hem doet, onder welke regeling en met welke vergunning, en spreek af wat er gebeurt als een zending buiten het patroon valt. Zonder die afspraak krijg je geen mengvorm maar twee halve processen, en dan draagt niemand het geheel.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het voordat een nieuwe declarant zelfstandig kan indienen?
Reken op maanden, ook bij iemand met ervaring. De regels zijn maar de helft van het werk; de andere helft is jouw artikelbestand, jouw leveranciers, jouw regelingen en jouw opdrachtgevers. Tot die tijd moet er iemand zijn die de aangiften nakijkt, en die persoon kost ook tijd. Neem die inwerkperiode als kostenpost mee.
Welke stamgegevens moet je op orde hebben voordat je zelf aangifte doet?
Per artikel een volledige tiencijferige goederencode, een land van oorsprong dat het productieland is, een omschrijving die bij de code past en de documentcodes die de maatregelen onder die code verplicht stellen. Daarnaast de EORI-nummers, machtigingen en vergunningen van de partijen die op de aangifte komen te staan. Ontbreekt of botst een van die velden, dan weigert DMS de aangifte.
Heb je een zekerheidstelling nodig als je zelf aangifte doet?
Dat hangt af van de regeling. Voor regelingen onder schorsing, zoals transit en douane-entrepot, en voor uitstel van betaling wordt zekerheid gevraagd voor de rechten en de btw die openstaan. Bij een aangifte waarbij je per zending direct afrekent ligt dat anders. Neem de kosten van die zekerheid apart mee, want ze staan los van de prijs per aangifte.
Waar kijkt de Douane naar bij een controle achteraf?
Naar de douanewaarde, de oorsprong en de indeling, over een reeks zendingen tot drie jaar terug. Bij de waarde gaat het om de opbouw uit factuur, vracht en bijtellingen, bij de oorsprong om het bewijs achter een preferentieel tarief, bij de indeling om de code op het artikel. Dat je de aangifte hebt uitbesteed verandert niets aan wie de onderbouwing moet leveren.
Wat kost het als een goederencode drie jaar lang verkeerd is gebruikt?
De naheffing is het verschil in rechten over alle zendingen in de controleperiode, verhoogd met rente, en bij invoer werkt een verkeerde indeling ook door in de grondslag voor de btw. Eén verkeerde code op één zending is een correctie. Dezelfde code op wekelijkse zendingen is een reeks, en die reeks komt in één keer terug.
Wat gebeurt er als je enige declarant wegvalt?
Dan valt de aangiftestroom stil, tenzij het werk in een systeem staat en niet in één hoofd. Dat is het reële risico van een kleine eigen afdeling: vakantie, ziekte of een vertrek legt de invoer plat. Leg per stroom de regeling, de vergunning en de codes vast, en houd een agent achter de hand voor de stromen die je zelf doet.

Wil je zien hoe je eigen stromen eruitzien als je ze zelf indient? Boek een demo van dertig minuten en we lopen een van je eigen dossiers door, van document tot ingediende aangifte.

Demo inplannen