·8 min lezen
Het 3 euro invoerrecht op e-commerce: per zending of per regel?
Sinds 1 juli 2026 is de vrijstelling van invoerrechten voor e-commercezendingen tot honderdvijftig euro verdwenen. Tot 1 juli 2028 geldt een vast tarief van drie euro, en de Douane rekent dat per aangifteregel, niet per pakket. Dit volgt de Douane-pagina van 18 augustus 2026.

Wat is er op 1 juli 2026 veranderd?
Tot en met 30 juni 2026 waren e-commercezendingen van buiten de EU met een intrinsieke waarde tot honderdvijftig euro vrijgesteld van invoerrechten. Btw was al sinds 1 juli 2021 verschuldigd, rechten niet. Die tweede vrijstelling is nu weg. Sinds 1 juli 2026 betaalt de aangever drie euro invoerrecht over zo'n zending. Dat tarief loopt tot 1 juli 2028. Daarna geldt het gewone EU-douanetarief, het gemeenschappelijk douanetarief dat bij de goederencode hoort. De drie euro is dus geen nieuw vast recht voor altijd. Het is een overbrugging tot de hervorming van het Douanewetboek verder is. De vrijstelling gold voor goederen die een verkoper van buiten de EU rechtstreeks aan een consument in de EU levert, tot en met honderdvijftig euro. Boven die grens gold en geldt de gewone invoeraangifte. Accijns, verboden en beperkingen vielen al buiten DECO en vallen daar nog buiten. Wat veranderde is niet het kanaal, maar dat er nu een recht op de zending zit die eerder rechtvrij binnenkwam. De wettelijke basis is Verordening (EU) 2026/382 van 11 februari 2026, met uitvoeringsregels in Verordening (EU) 2026/1022 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/1200. Wie citeert, citeert die teksten of de Douane-pagina, niet een samenvatting van een softwareleverancier. Laatst gecontroleerd tegen de Douane-pagina Invoerrechten betalen voor e-commerce van 18 augustus 2026.
Is die drie euro per zending of per artikelregel?
Dit is het punt waar het misgaat als je te snel leest. De Douane schrijft: je betaalt het invoerrecht per soort product. Doe je als bedrijf aangifte in DECO of DMS, dan gaat het om drie euro per aangifteregel. Hun eigen voorbeeld. In een zending zit een potlood en een fietsbel: je betaalt twee keer drie euro, zes euro. In een zending zit een doosje met potloden: je betaalt een keer drie euro. Niet omdat het doosje goedkoper is, maar omdat het één soort product is, dus één regel. Een gemengde zending met vijf verschillende artikelen is dus vijf regels en vijftien euro, ook als het één colli is en de totaalwaarde onder de honderdvijftig euro blijft. Wie budgetteert op drie euro per pakket, komt tekort op het moment dat de order een broek en een telefoonhoesje combineert. Dat is geen interpretatie. Dat is het voorbeeld dat de Douane zelf op de pagina zet. De Commissie definieert een item als goederen in een zending met dezelfde tariefindeling, omschrijving en waar van toepassing dezelfde oorsprong. In de huidige IT-systemen wordt het tarief automatisch per aangifteregel toegepast. Hoe je de regels splitst, bepaalt dus het bedrag. Splitsen om onder een drempel te komen is iets anders dan regels groeperen volgens de goederencode. Het eerste kijkt de Douane naar, het tweede is hoe de heffing is ingericht.
Wanneer blijft DECO het kanaal, en wanneer moet je naar DMS?
DECO blijft het Nederlandse kanaal voor e-commercezendingen met een intrinsieke waarde tot honderdvijftig euro, en voor geschenkzendingen tot vijfenveertig euro. Daarboven, bij verboden en beperkingen, bij accijns of verbruiksbelasting, en bij postzendingen met een preferentieel tarief, doe je aangifte in DMS. De drie euro geldt in beide systemen, zolang het om een e-commercezending tot honderdvijftig euro gaat. DECO of DMS verandert het tarief niet. Wat wel verandert is de gegevensset: H7 in DECO met een zescijferige code, de volledige set in DMS. Er is een uitzondering. Wie via het special arrangement of de standaardaangifte B2C een preferentieel tarief wil toepassen, moet via DMS. Je betaalt dan het preferentiële tarief in plaats van de vaste drie euro. Dat is de enige route waarop de drie euro wegvalt voordat 2028 aanbreekt, en alleen als de preferentie ook echt van toepassing is. De drempel van honderdvijftig euro is de intrinsieke waarde, de prijs van de goederen zelf zonder vracht en verzekering, mits die apart op de factuur staan. Splitsen van een order in meerdere colli om onder de grens te blijven is precies waar de Douane naar kijkt. De vraag welke pakketten bij elkaar horen blijft een inrichtingsvraag.

Welke vergunningen horen erbij sinds 1 juli 2026?
Zodra de vrijstelling vervalt, ontstaat bij invoer een douaneschuld. De Douane wil daar een financiële garantie voor. Sinds 1 juli 2026 moet je zekerheid stellen voor aangiften van e-commercezendingen. Daarvoor zijn twee vergunningen nodig: doorlopende zekerheid (CGU) en uitstel van betaling (DPO). Wie die vergunningen al heeft, moet het referentiebedrag mogelijk aanpassen. Dat bedrag is de douaneschuld die in één maand ontstaat, en je stelt zekerheid voor honderd procent daarvan. De Douane bepaalt de te stellen zekerheid aan de hand van je situatie, historische data van januari tot en met mei 2026, en een geschatte daling van de stroom. Zonder dekking in het saldo kun je bij standaardaangiften in DMS en DECO geen nieuwe aangiften meer doen tot je bijstort. Vanaf 1 juli 2026 moet de DPO-vergunning op naam van de aangever staan, niet van de indiener. Bij directe vertegenwoordiging is dat de in de EU gevestigde IOSS-houder, vaak de verkoper of het platform. Bij indirecte vertegenwoordiging is de vertegenwoordiger de aangever, vaak de expediteur of de vervoerder. Een IOSS-houder buiten de EU kan alleen via indirecte vertegenwoordiging aangifte doen.
Wat verandert er in het aangifteproces zelf?
Naast het tarief zijn er procesregels bijgekomen. Productidentificatie mag sinds 1 juli 2026 op de e-commerceaangifte. Vanaf 1 november 2026 is die identificatie verplicht: de unieke code van een model, een partij of een voorwerp, toegekend door fabrikant, leverancier, verkoper of platform. Zonder die code in de dataset is de aangifte vanaf november niet meer in orde, ook als de rest van de H7-set klopt. Aangiften ongeldig maken kan alleen nog vóór vrijgave van de goederen. Na vrijgave is die route dicht. Dat dwingt de controle naar voren: wat eruit moet, moet eruit voordat de zending is vrijgegeven, niet erna als correctie. Rond 1 juli 2026 gold bovendien een harde knip in DECO en DMS: vooraangifte en aanbrengbericht moesten beide vóór die datum binnen zijn, of beide erna. Een vooraangifte van 30 juni met een aanbrengbericht van 1 juli werd afgewezen. Dezelfde soort knip komt terug bij de overgang naar het gemeenschappelijk tarief in 2028. Wie de keten inricht, houdt die twee berichten bij elkaar.
Wat betekent dit voor een e-commercestroom in de praktijk?
De aangifte is nog steeds een datastroom. Wat erbij is gekomen is dat elke regel geld kost, en dat de zekerheid de kraan dichtdraait als het saldo op is. Een mapping die twee verschillende artikelen op één regel zet omdat dat minder velden is, rekent te weinig. Een mapping die elk stuk in een gemengde doos op een eigen regel zet, rekent wat de Douane vraagt. Voor de aangever is de eerste vraag niet meer of DECO het aankan, maar of de dataset de regels, de productidentificatie en de vergunning van de aangever draagt. Een IOSS-nummer dat de btw afdekt, dekt de drie euro niet. Rechten en btw blijven twee sporen. SKAI dient DECO-aangiften in, naast de gewone invoer in DMS. De poort die per zending kiest welk kanaal het wordt, op waarde, beperkingen en preferentie, is dezelfde poort als vóór 1 juli. Wat je er nu naast legt is de telling van de regels en de naam op de DPO. Wie een demo boekt, neemt een gemengde zending mee, niet alleen een doosje potloden.

