CPT
Ook bekend als: Carriage Paid To, Vracht betaald tot
CPT, Carriage Paid To, betekent dat de verkoper het vervoer tot de genoemde bestemming betaalt, maar dat het risico al eerder overgaat: bij overdracht aan de eerste vervoerder. Kosten en risico gaan bij CPT dus op verschillende momenten over.
Wie regelt wat bij CPT?
De verkoper sluit het vervoercontract tot de genoemde bestemming en betaalt de vracht. Hij doet ook de uitvoeraangifte. De koper regelt de invoerformaliteiten en betaalt de rechten en de btw. De verkoper kiest de vervoerder en de route, wat hem de regie over de boeking geeft, maar niet het risico onderweg. Een verzekering is bij CPT niet verplicht. Wie dat wel wil, gebruikt CIP, waar dezelfde verdeling geldt met een verzekeringsplicht erbij. Laat je CPT onverzekerd, dan draagt de koper het transportrisico zonder dat hij de vervoerder heeft gekozen. Dat is het gat waar geschillen over ontstaan. CPT geldt voor elke modaliteit: weg, spoor, lucht, zee en multimodaal. Voor zeevracht in containers is CPT bruikbaar; de zeevaartspecifieke variant CFR legt het risicopunt bij het aan boord staan en past daar minder goed. Wie een container van deur tot depot boekt, heeft aan CPT genoeg, mits het overdrachtspunt en de bestemming allebei in het contract staan.
Waar gaat het risico over bij CPT?
Bij de overdracht aan de eerste vervoerder, dus meestal ver voor de bestemming die in de Incoterm staat. Dat is het punt waar CPT het vaakst misbegrepen wordt. De koper leest Carriage Paid To Rotterdam en denkt dat de verkoper tot Rotterdam risico draagt. Dat is niet zo: de verkoper betaalt tot Rotterdam en draagt risico tot de eerste truck of het eerste depot. Gaat de lading onderweg verloren, dan is dat het risico van de koper, ook al betaalt de verkoper de vracht tot het eind. Noem daarom zowel de plaats van overdracht als de bestemming in het contract. CPT Rotterdam (overdracht depot Eindhoven) laat beide punten zien; CPT Rotterdam alleen niet. Dat gat tussen kosten en risico is geen fout in de term, het is de kern van de C-regels. CPT, CIP, CFR en CIF werken allemaal zo. Wie wil dat de verkoper ook het risico tot de bestemming draagt, heeft een D-regel nodig: DAP, DPU of DDP.
Wanneer gebruik je CPT?
CPT past als de verkoper betere vrachttarieven heeft dan de koper en de koper het transportrisico wil of moet dragen. Dat komt voor bij vaste leveranciers met een eigen vervoercontract, of bij exporteurs die de laadplanning zelf willen houden. De koper krijgt een prijs inclusief vracht zonder zelf te hoeven boeken. Voor zeevracht in containers is CPT bruikbaar; de zeevaartspecifieke variant CFR legt het risicopunt bij het aan boord staan en past daar minder goed. CPT laat het risico overgaan bij de eerste vervoerder, wat bij een container die bij een inland terminal wordt ingeleverd het feitelijke moment is. CPT is minder geschikt als de koper geen verzekering heeft en ook niet van plan is er een af te sluiten. Dan staat hij bloot aan schade op een reis die hij niet heeft geboekt, bij een vervoerder die hij niet heeft gekozen. CIP dwingt de verkoper tot een polis. DAP verschuift het risico helemaal naar de bestemming.
Wat betekent CPT voor de douanewaarde?
De CPT-prijs bevat de vracht tot de genoemde bestemming. Ligt die bestemming in de EU, dan zit het vervoer tot de buitengrens er al in en hoeft er niets bij opgeteld te worden. De aangever mag de kosten van het vervoer binnen de EU eraf halen, maar alleen als die afzonderlijk blijken uit de factuur of het vervoercontract. Een enkel bedrag zonder opbouw levert bij een controle geen aftrek op. Verzekering is bij CPT niet inbegrepen; heeft de koper er zelf een afgesloten tot aan de EU-grens, dan telt die premie wel mee in de douanewaarde. Vergeet je die premie, dan is de aangegeven waarde te laag. Op de invoeraangifte is de genoemde plaats de bestemming, niet het overdrachtspunt. Dat wijkt af van hoe het risico loopt, en het is een vaste bron van verwarring. De aangifte volgt het contract, niet het risicopunt. CPT Amsterdam op een zending uit Shanghai betekent dus een plaats in de EU, met mogelijke aftrek van het binnenlandse traject.
Hoe voorkom je misverstanden bij CPT?
Het meest voorkomende misverstand is dat de verkoper risico draagt tot de bestemming die in de Incoterm staat. Dat is niet zo: hij draagt risico tot de eerste vervoerder en betaalt alleen door tot het eind. Zet beide plaatsen in het contract, en zeg erbij dat de koper het transportrisico draagt vanaf de overdracht. Spreek ook af wie de lading verzekert, want bij CPT is niemand daartoe verplicht en gaat een schade halverwege de reis ten laste van de koper. Wie dat gat wil dichten zonder de verdeling te wijzigen, kiest CIP in plaats van CPT. Sinds Incoterms 2020 krijgt de koper onder CIP standaard de ruime dekking van Institute Cargo Clauses A. Leg tot slot vast welke documenten de verkoper wanneer aanlevert. De koper moet invoer kunnen doen bij aankomst, en daarvoor heeft hij factuur, paklijst en het vervoersdocument nodig voordat de zending bij de terminal staat. Een CPT-zending die aankomt zonder documenten, levert liggeld op voor de koper terwijl de verkoper zijn deel allang heeft gedaan.
Hoe komt CPT op de invoeraangifte?
Op de invoeraangifte geef je CPT op als leveringsvoorwaarde, met de genoemde bestemming. Die bestemming ligt doorgaans in het land van invoer. De Douane leest daaruit dat de factuurprijs de vracht tot die plaats al bevat, en dat alleen het deel na binnenkomst in de EU eraf mag als het apart aantoonbaar is. Vraag de verkoper om een uitsplitsing van goederenwaarde en vracht, en van vracht tot de EU-grens versus vracht daarna. Zonder die uitsplitsing blijft het hele CPT-bedrag in de douanewaarde staan, inclusief het stuk van Rotterdam naar het magazijn in Venlo. Bij vaste stromen is dat een bedrag dat je elke zending opnieuw laat liggen. Controleer of de bestemming op de factuur dezelfde is als op de aangifte. CPT warehouse buyer en CPT port of Rotterdam zijn verschillende plaatsen, met een verschillend binnenlands traject. Een mismatch levert bij een controle de vraag op welk bedrag erin zit, en zonder opbouw is die vraag niet te beantwoorden.
Welke documenten en valkuilen horen bij CPT?
De verkoper levert de handelsfactuur met CPT en de bestemming, de paklijst, de uitvoeraangifte en het vervoersdocument tot de genoemde plaats. Een verzekeringscertificaat hoort er niet bij, want verzekeren is niet verplicht. De koper regelt zelf een polis als hij dekking wil, en hij doet de invoeraangifte bij aankomst. De eerste valkuil is het gat tussen kosten en risico. Een container die overboord slaat, is betaald door de verkoper en verloren voor de koper. Zonder verzekering is dat een totaal verlies. De tweede valkuil is alleen de bestemming noemen, waardoor het overdrachtspunt onduidelijk blijft en een geschil over schade niet te beslechten is. De derde valkuil is een ongespecificeerde factuur. De Douane laat de aftrek van binnenlands vervoer alleen toe als het bedrag afzonderlijk blijkt. Een CPT-prijs in één regel op de factuur is voor de verkoper overzichtelijk en voor de importeur duur, omdat hij rechten betaalt over vervoer dat in de EU heeft plaatsgevonden.