GN-code
Ook bekend als: gecombineerde nomenclatuur, CN-code, achtcijferige code
De GN-code is de Europese goederencode van acht cijfers: de zes cijfers van de HS-code plus twee EU-cijfers. Je gebruikt hem bij uitvoeraangiften en bij Intrastat-aangiften.
Waarom bestaat de GN-code?
De EU heeft binnen het HS behoefte aan fijnere onderverdelingen voor het eigen tarief en de eigen statistiek. Die twee extra cijfers vormen de gecombineerde nomenclatuur. De GN wordt jaarlijks per 1 januari bijgewerkt en gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU. Codes kunnen daarbij vervallen of splitsen. De acht cijfers zijn de taal van uitvoer en van Intrastat. Bij invoer heb je er tien nodig, omdat TARIC de maatregelen aan de laatste twee hangt. Een uitvoeraangifte met tien cijfers is niet fout, maar de laatste twee doen bij uitvoer zelden iets. Een invoeraangifte met acht cijfers is in DMS wel fout: te kort. De nomenclatuur is het geheel van omschrijvingen en codes. Het HS is de wereldwijde laag, de GN de Europese uitbreiding, TARIC de laag met maatregelen. Wie nomenclatuur zegt en acht cijfers bedoelt, bedoelt de GN. Wie tien cijfers bedoelt, bedoelt TARIC.
Wanneer gebruik je acht en wanneer tien cijfers?
Bij uitvoer volstaat de achtcijferige GN-code, want maatregelen bij uitvoer zijn zeldzaam. Bij invoer heb je de tiencijferige TARIC-code nodig, omdat daar de EU-maatregelen aan hangen. Ook Intrastat, de statistiekaangifte voor handel binnen de EU, werkt met acht cijfers. Dat betekent dat hetzelfde artikel in drie lengtes in je stamgegevens kan staan: zes voor DECO, acht voor uitvoer en Intrastat, tien voor IMA. In de praktijk sla je de tien cijfers op en knip je af wat het kanaal vraagt. Een bestand met alleen acht cijfers dwingt je bij elke IMA tot een extra opzoekslag, en die slag gaat fout. Bij uitvoer kunnen er wél maatregelen zijn: een vergunning, een certificaat, een verbod. Die hangen aan de GN, niet aan TARIC. Controleer de GN vóór de uitvoeraangifte, niet alleen de TARIC vóór de IMA. Een uitvoer zonder die check mist een vergunningplicht die pas bij het kantoor van uitgang zichtbaar wordt.
Wat gebeurt er bij de jaarlijkse wijziging?
Vervallen codes worden vanaf 1 januari geweigerd. Een aangifte met een oude code komt dan terug met een foutmelding, ook als het product niet veranderd is. De correlatietabellen van de EU laten zien welke oude code naar welke nieuwe gaat. Artikelstamgegevens jaarlijks langs die tabellen leggen voorkomt een piek aan afgekeurde aangiften in januari. De nieuwe versie verschijnt in het najaar in het Publicatieblad. November is het moment om het bestand te lopen, niet 2 januari. Wie wacht tot de eerste weigering, heeft een week waarin elke uitvoeraangifte en elke Intrastat-regel met een vervallen code terugkomt. Splitsingen zijn verraderlijker dan vervallen codes. Eén oude code wordt twee nieuwe, en je moet per artikel kiezen. De correlatietabel zegt welke kandidaten er zijn, niet welke bij jouw product hoort. Dat is opnieuw indelen, niet kopiëren.
Hoe beheer je GN-codes in je artikelbestand?
Leg per artikel de code vast met de datum waarop hij voor het laatst is gecontroleerd. Zonder die datum is niet te zien welke artikelen na de jaarwisseling nagelopen moeten worden. Leg daarnaast vast waarop de indeling berust: de posttekst, een aantekening, een BTI of een indelingsverordening. Bij een controle is de vraag niet welke code je gebruikt maar waarom. Een verwijzing naar de onderbouwing scheelt dan dagen zoekwerk. Loop het bestand elk jaar in november langs de correlatietabellen van de EU. Vervallen codes worden vanaf 1 januari geweigerd, en de piek aan afgekeurde aangiften in de eerste week van januari is vrijwel altijd hierop terug te voeren. Houd de acht en de tien cijfers bij elkaar. Een GN-wijziging die de laatste twee TARIC-cijfers niet raakt, is toch een nieuw nummer in het bestand. Wie alleen TARIC bijwerkt en de GN laat staan, krijgt in Intrastat een code die bij invoer niet meer bestaat, of omgekeerd.
Wat is het verband met Intrastat?
Intrastat is de statistiekaangifte voor goederenverkeer tussen EU-lidstaten. Boven een drempelbedrag per jaar is een bedrijf verplicht maandelijks aan te geven wat het binnen de EU heeft verzonden en ontvangen. Die aangifte werkt met de achtcijferige GN-code, hetzelfde nummer dat je bij uitvoer gebruikt. Dat betekent dat een fout in het artikelbestand doorwerkt in zowel de douaneaangifte als de statistiek. Het omgekeerde geldt ook: een bedrijf dat Intrastat netjes bijhoudt, heeft al een gecontroleerd codebestand liggen. Die twee processen bij elkaar brengen scheelt dubbel werk en voorkomt dat dezelfde artikelen in twee systemen verschillende codes krijgen. Intrastat is geen douaneaangifte. Er hangen geen rechten aan, maar er hangen wel boetes aan als je te laat, te onvolledig of met vervallen codes aangeeft. De CBS-deadline is maandelijks. Een GN-bestand dat alleen voor DMS is bijgewerkt en niet voor Intrastat, produceert elke maand dezelfde fout.
Waar zoek je de GN-code op?
In de gecombineerde nomenclatuur in het Publicatieblad, in het Gebruikstarief van de Nederlandse Douane, of in TARIC waarbij je de eerste acht cijfers leest. De tekst van de post en de aantekeningen bepalen de indeling, niet de zoekbalk. Een BTI die tien cijfers noemt, legt ook de acht cijfers vast: de GN is daarvan de stam. Bij uitvoer controleer je of er een maatregel op die acht cijfers rust. Een vergunning, een certificaat, een verbod. Die check is de reden dat je de GN vóór de uitvoeraangifte indelt, niet erna. Een code die je pas kiest als DMS of het uitvoersysteem erom vraagt, is een code zonder die check. Houd de bron bij het artikel. Een code uit een oude catalogus van de leverancier is geen bron. Een code uit de GN van dit jaar, met de aantekening erbij, wel. Bij de jaarwisseling vervangt de nieuwe GN de oude als bron, en moet de code opnieuw tegen die tekst.
Wat als je de verkeerde acht cijfers gebruikt?
Bij uitvoer kan een foute GN een vergunningplicht missen of een statistiek verstoren. DMS of het uitvoersysteem weigert een code die niet bestaat; een code die bestaat en het verkeerde product beschrijft, gaat erdoorheen. Bij Intrastat is hetzelfde waar: de fout valt bij een controle van het CBS of bij een latere vergelijking met de douaneaangiften. Bij invoer is acht cijfers te weinig, dus de foute GN wordt daar een foute TARIC zodra je twee cijfers toevoegt. De schade zit dan in het tarief en de maatregelen, niet in de statistiek. Corrigeer daarom de stam, niet het kanaal. Eén artikel, één indeling, afgeknipt per kanaal. Een BTI dekt de discussie. Zonder BTI is de indeling van de aangever, ook als de leverancier acht andere cijfers op de factuur zette. De factuurcode is een hint uit een ander land, vaak op een andere nomenclatuur. Vertaal hem via de zes HS-cijfers, en deel daarna opnieuw in volgens de GN.