Invoeraangifte
Ook bekend als: IMA, aangifte ten invoer, H1
Een invoeraangifte is de aangifte waarmee goederen uit een derde land in het vrije verkeer van de EU worden gebracht. In Nederland loopt die sinds de overgang van AGS via DMS, waar de standaardvorm IMA heet.
Wat staat er in een invoeraangifte?
De aangifte bevat per artikelregel de goederencode, de omschrijving, het land van oorsprong, de douanewaarde, het gewicht en de aantallen, plus de documenten en vergunningen die bij die code horen. Op dossierniveau staan de aangever, de importeur, de vertegenwoordigingsvorm, het vervoermiddel en de plaats waar de goederen zich bevinden. De goederencode is bij invoer tien cijfers, de TARIC-code, omdat daar de maatregelen aan hangen. De douanewaarde volgt uit de factuur plus of min de kosten tot de buitengrens, afhankelijk van de Incoterm. Het land van oorsprong is het productieland, niet het land van verzending. Die drie velden samen bepalen het tarief. Daarnaast horen de voorafgaande regeling en het MRN van bijvoorbeeld de T1 op de aangifte, zodat de keten sluit. Ontbreekt die verwijzing, dan blijft de T1 openstaan terwijl de goederen al in het vrije verkeer zijn. De IMA is dan inhoudelijk in orde en administratief een gat.
Welke aangiftesoorten kent DMS?
IMA is de gewone invoeraangifte met de volledige gegevensset, in de EU-terminologie H1. STO is de aangifte tot plaatsing in een douane-entrepot en ATO de aanvullende aangifte bij inschrijving in de administratie. Het verschil zit in één gegevensgroep: bij IMA betaal je, bij STO plaats je, bij ATO vul je later aan. Daarnaast bestaat H7, de superbeperkte gegevensset voor e-commercezendingen tot honderdvijftig euro, die in Nederland via DECO loopt. Boven die grens, of bij accijnsgoederen en verboden, val je terug op de IMA in DMS. DECO is geen verkorte IMA, het is een ander kanaal met een andere dataset. DMS is het Nederlandse Douane Management Systeem voor invoer en uitvoer. Het is niet ATLAS en niet AES. Een Duitse aangever dient niet in DMS in. Wie over DMS schrijft alsof het het Europese systeem is, beschrijft de Nederlandse poort naar de EU-gegevensset, niet het stelsel van een andere lidstaat.
Wat gebeurt er na het indienen?
De Douane controleert de aangifte geautomatiseerd tegen de DTV, de vergunningen en het risicoprofiel. Bij akkoord volgt de vrijgave, meestal binnen enkele minuten. Het MRN is er dan, en de goederen mogen van de plaats van aanbrenging af, onder de voorwaarden van de vrijgave. Bij een controle krijgt de aangifte een documentcontrole of een fysieke controle. De goederen blijven dan onder toezicht tot de controle is afgerond, wat bij een fysieke controle dagen kan duren. Bij vers product is dat verschil bepalend voor de zending. Een documentcontrole vraagt om factuur, vervoersdocument en certificaten; een fysieke controle vraagt om de container zelf. Voorlopige vrijgave komt voor: de Douane laat de goederen al gaan terwijl de behandeling nog loopt. Dat is geen definitieve vrijgave. De aangever blijft aanspreekbaar, en een latere correctie of naheffing hoort bij het dossier, niet bij een afgesloten zending.
Welke controles voert de Douane uit?
Na indiening loopt de aangifte langs een geautomatiseerd risicoprofiel. Dat kijkt naar de goederencode, de oorsprong, de waarde, de importeur, de aangever en de historie van eerdere zendingen. De uitkomst is een van drie: vrijgave zonder controle, een documentcontrole, of een fysieke controle waarbij de goederen worden ingezien of gescand. Een documentcontrole kost uren, een fysieke controle dagen. Bij vers product is dat verschil bepalend, en dat is de reden dat AEO-status waarde heeft: minder controles, en voorrang bij de controles die er wel zijn. AEO is geen vrijstelling, het is een lagere treffer kans plus een kortere wachtrij. Naast de Douane kunnen NVWA en KCB een keuring eisen, via een vooraanmelding in CLIENT PD en een CHED in TRACES-NT. Die keuring is geen documentcontrole van de IMA, het is een aparte poort. Zonder vrijgave van de keuring komt de IMA er niet door, ook al is de douanetechnische set in orde.
Wat betekent de overgang van AGS naar DMS?
DMS werkt met de gegevensset van het Douanewetboek van de Unie, die uitgebreider en strikter is dan die van AGS. Velden die eerder optioneel waren, zijn nu verplicht, en de codelijsten zijn Europees in plaats van nationaal. Wat in AGS een waarschuwing was, is in DMS een weigering. De praktische gevolgen zitten in de stamgegevens. Artikelen zonder een volledige tiencijferige code, zonder land van oorsprong of zonder de juiste documentcodes komen er niet meer doorheen. Een code van acht cijfers die in AGS nog werd geaccepteerd, stopt de IMA voordat er een MRN is. Daarnaast geeft DMS foutmeldingen terug met een eigen codelijst. Die codes wijzen het element aan dat niet klopt, maar niet altijd de onderliggende oorzaak. Een code die zegt dat een vergunning niet aansluit, kan even goed betekenen dat het EORI-nummer op de vergunning afwijkt van dat op de aangifte. Lees het element, niet alleen de tekst van de melding.
Welke documenten horen bij een invoeraangifte?
De handelsfactuur is leidend voor goederencode, douanewaarde en oorsprong. Daarnaast horen de paklijst, het vervoersdocument (B/L, AWB of CMR), en de bewijzen die TARIC bij de code en de oorsprong vraagt: een certificaat, een vergunning, een oorsprongsbewijs. Ontbreekt een documentcode die TARIC verplicht stelt, dan weigert DMS de aangifte. Bij een voorafgaande T1 of STO hoort het MRN van die aangifte op de IMA. Bij keuringsplichtige goederen hoort de vrijgave uit CLIENT PD of de CHED in TRACES-NT. Bij vertegenwoordiging hoort de machtiging in het dossier, ook al gaat die niet mee de aangifte in als bijlage. Bewaar de stukken bij het MRN, niet bij het interne dossiernummer alleen. Een controle achteraf vraagt om de factuur die bij díe aangifte hoorde. Een verzamelfactuur die drie zendingen dekt zonder uitsplitsing, is bij die vraag geen onderbouwing.
Hoe voorkom je een geweigerde invoeraangifte?
Controleer EORI, goederencode, oorsprong, douanewaarde en documentcodes voordat de aangifte de deur uit gaat. Een systeem dat op de DTV is aangesloten, vangt de meeste afkeuringen af op het moment dat corrigeren nog goedkoop is. Een stamgegeven dat al drie jaar niet is nagelopen, is de klassieke bron van een weigering in januari, na de jaarlijkse GN-wijziging. Controleer de Incoterm op de factuur tegen de opbouw van de douanewaarde. EXW zonder vrachtbijtelling is te laag. DDP zonder aftrek van rechten is te hoog. Beide komen er in DMS soms doorheen en vallen bij een controle achteraf. De weigering bij indiening is de goedkope fout; de naheffing twee jaar later is de dure. Wacht niet met de IMA tot de container op de terminal staat zonder T1 of zonder keuringsvooraanmelding. De keten heeft een volgorde. Een IMA zonder voorafgaande regeling waar die regeling verplicht is, wordt geweigerd of laat de vorige schakel openstaan. Leg de volgorde in het dossier vast, niet in het hoofd van wie die dag dienst heeft.