Btw bij invoer
Ook bekend als: invoer-btw
Btw bij invoer is de omzetbelasting die je verschuldigd bent als goederen in de EU in het vrije verkeer komen. De grondslag is de douanewaarde plus de invoerrechten, en in Nederland kun je de heffing verleggen met artikel 23.
Hoe bereken je de btw bij invoer?
De grondslag voor de btw bij invoer is de douanewaarde, vermeerderd met de invoerrechten en met andere heffingen die bij invoer verschuldigd zijn, waaronder accijns als die bij dezelfde aangifte wordt geheven. Over die grondslag pas je het nationale btw-tarief toe. In Nederland is dat in de regel eenentwintig procent, met een verlaagd tarief van negen procent voor bepaalde goederen. Het tarief volgt uit de nationale codes in de DTV, niet uit TARIC. De btw zelf maakt geen deel uit van de douanewaarde. Reken je hem er per ongeluk bij, dan hef je btw over btw. Dat gebeurt vooral bij DDP-facturen waarin de verkoper een totaalbedrag opgeeft inclusief rechten en belasting. Zonder specificatie moet de aangever dat totaal als waarde nemen, of de opbouw bij de verkoper opvragen voordat de aangifte de deur uit gaat. DMS berekent het bedrag per artikelregel. Een verkeerde goederencode kan zowel het invoerrecht als het btw-tarief raken, bijvoorbeeld als een post van het verlaagde tarief naar het algemene tarief verschuift. Controleer beide, niet alleen het douanerecht.
Wanneer is de btw bij invoer verschuldigd?
De btw bij invoer is verschuldigd op het moment waarop de goederen in het vrije verkeer worden gebracht. Zolang ze onder T1, entrepot of tijdelijke opslag staan, is er geen btw-schuld, net zo min als er een douaneschuld is. Plaatsing in het vrije verkeer is het belastbare feit, ook als de goederen fysiek nog op de terminal liggen. De vrijgave in DMS is het moment waarop de heffing ontstaat. Sinds 1 juli 2021 is over elke ingevoerde zending btw verschuldigd, ongeacht de waarde. De oude vrijstelling tot tweeentwintig euro bestaat niet meer. De vrijstelling van invoerrechten tot honderdvijftig euro bestaat nog wel. Een pakket van dertig euro kan dus vrij van invoerrecht zijn en toch btw dragen. In de e-commerceketen loopt die btw via DECO, of is ze al geheven via IOSS. Zonder verlegging betaal je de btw aan de Douane, meestal via dezelfde rekening-courant als de invoerrechten. Als ondernemer met recht op aftrek vraag je dat bedrag later terug op de periodieke btw-aangifte. Tussen betalen en terugvragen zit werkkapitaal.
Wat levert een artikel 23-vergunning op?
Artikel 23 is een Nederlandse vergunning op grond van de Wet op de omzetbelasting. Ze verlegt de btw bij invoer van het moment van de douaneaangifte naar de periodieke btw-aangifte. Je geeft de btw aan als voorbelasting en als verschuldigde belasting in dezelfde aangifte. Het saldo is nul als je volledig recht op aftrek hebt, en je hebt het bedrag niet eerst aan de Douane hoeven voldoen. In DMS hoort bij de aangifte het vergunningnummer en de bijbehorende code. Ontbreekt die, of is de vergunning verlopen, dan berekent DMS de btw als alsnog te betalen bedrag. Een aangever die voor een opdrachtgever met artikel 23 werkt, controleert het nummer dus per zending, niet een keer per jaar. Artikel 23 is geen EU-regeling. Belgie, Ierland en het Verenigd Koninkrijk kennen eigen vormen van verlegging of uitstel, met andere voorwaarden en andere codes. Noem in de aangifte en in de administratie de Nederlandse vergunning bij de naam, en pretendeer niet dat een buitenlandse regeling hetzelfde doet.
Hoe werkt IOSS bij kleine zendingen?
IOSS, Import One-Stop Shop, is de EU-regeling waarbij de verkoper de btw al bij de verkoop aan een consument heft. Bij invoer komt de zending dan binnen zonder btw-heffing aan de grens, mits het IOSS-nummer op de aangifte staat en de intrinsieke waarde niet boven honderdvijftig euro uitkomt. DECO gebruikt daarvoor de H7-gegevensset, met een zescijferige HS-code. Zonder geldig IOSS-nummer wordt de btw bij invoer geheven. In de pakketstroom schiet de vervoerder dat bedrag vaak voor en belast het, plus inklaringskosten, door aan de ontvanger. Een verkeerd of verlopen IOSS-nummer is een klassieke reden dat een zending die de webshop als inclusief btw heeft verkocht, bij de ontvanger alsnog een naheffing krijgt. De aangever kan dat nummer valideren voordat de aangifte naar DECO gaat. IOSS dekt de btw, niet de invoerrechten. Boven honderdvijftig euro is IOSS niet van toepassing en geldt de gewone invoeraangifte in DMS, met invoerrecht en btw. Accijnsgoederen vallen sowieso buiten deze route. Wie een gemengde zending heeft, een deel onder en een deel boven de drempel, splitst of gaat naar de volledige aangifte.
Wat als de importeur niet in Nederland is gevestigd?
Een niet in Nederland gevestigde importeur kan de btw bij invoer niet zomaar op de eigen aangifte verleggen. Zonder Nederlandse btw-registratie is artikel 23 niet beschikbaar, en zonder aftrekrecht blijft de aan de Douane betaalde btw een kostenpost. In die situatie treedt een fiscaal vertegenwoordiger op, of de buitenlandse ondernemer laat zich in Nederland registreren voor de btw. Fiscale vertegenwoordiging is een eigen vergunning, los van de douanerechtelijke vertegenwoordiging. De fiscaal vertegenwoordiger neemt de btw-verplichtingen over en dient de periodieke aangifte in. De douaneaangever en de fiscaal vertegenwoordiger zijn vaak verschillende partijen. In de invoeraangifte moeten het btw-nummer, de vertegenwoordigingsvorm en de eventuele artikel 23-vergunning tot dezelfde fiscale positie behoren. DDP maakt dit extra scherp. Onder DDP is de verkoper verantwoordelijk voor de invoer, inclusief de btw. Een verkoper buiten de EU die DDP Nederland verkoopt zonder registratie of fiscale vertegenwoordiging, kan de aangifte niet correct laten doen. De aangever die dat dossier toch inneemt, loopt het risico dat de btw niet verlegd kan worden en dat de opdrachtgever het bedrag niet kan aftrekken.
Hoe voorkom je dat je btw dubbel betaalt?
Dubbele btw ontstaat als de heffing bij invoer niet aansluit op de aftrek of de verlegging daarna. Klassieke gevallen: de btw is aan de Douane betaald en de periodieke aangifte vermeldt hem niet als voorbelasting, of artikel 23 is toegepast terwijl de vergunning ontbrak en de Douane het bedrag alsnog heeft geind. In beide gevallen staat er geld vast tot de correctie rond is. De stukken die je nodig hebt, zijn de invoeraangifte met MRN, de mededeling van de douaneschuld, en de periodieke btw-aangifte. Die drie moeten hetzelfde bedrag, dezelfde periode en hetzelfde btw-nummer laten zien. Een tweede valkuil is de DDP-factuur die btw van het land van bestemming al heeft meegenomen, terwijl de aangever die btw bij invoer opnieuw berekent. Zonder opbouw van de prijs kun je niet zien wat erin zit. Vraag de verkoper om een specificatie van goederen, vracht, invoerrechten en btw, of behandel het totaal als douanewaarde en accepteer dat je rechten en btw over een te hoge grondslag berekent totdat de stukken er zijn.