Ga naar inhoud

ADR

ADR is het Europese verdrag voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg. Het bepaalt classificatie, verpakking, etikettering en de vervoersdocumenten, niet de goederencode op de douaneaangifte.

Wat regelt ADR, en wat regelt het niet?

ADR, het Accord relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route, is het regime voor gevaarlijke stoffen over de weg in Europa. Het wijst de stof een UN-nummer, een klasse en een verpakkingsgroep toe, en schrijft voor hoe je verpakt, etikettert, scheidt, markeert en documenteert. Het wordt tweejaarlijks herzien. Wie op een oude tabel rijdt, rijdt op de verkeerde instructie. ADR is geen douanewetgeving. De invoeraangifte in DMS vraagt geen UN-nummer, geen klasse en geen tunnelcode. Wat de Douane wél ziet, zijn de verboden en beperkingen bij de goederencode: dual-use, precursoren, gefluoreerde gassen, PIC. Die toets loopt via TARIC. ADR loopt via de vervoerder, de terminal en, in Nederland, de ILT. Een zending kan douanetechnisch kloppen en toch bij de poort van de terminal blijven staan, omdat het ADR-document, de etiketten of de schriftelijke instructies ontbreken. Andersom kan een keurige ADR-zending in DMS stranden op een ontbrekende bescheidcode. Twee regimes, één vrachtwagen.

Welke documenten eist ADR op de weg?

Het vervoersdocument noemt de UN-nummers, de officiële vervoersnaam, de klasse, de verpakkingsgroep, het aantal en het soort colli, de totale hoeveelheid en de naam van de afzender en de geadresseerde. Daarnaast horen de schriftelijke instructies (het ongevalsblad) in de cabine, in een taal die de chauffeur beheerst, en de chauffeur moet het juiste ADR-rijbewijs hebben voor de klasse die hij vervoert. Het document is niet het veiligheidsinformatieblad. Het VIB onderbouwt de classificatie, vooral in rubriek 14, maar het is geen vervoersdocument. Wie de chauffeur een SDS van zestien pagina's meegeeft in plaats van het ADR-document, geeft hem het verkeerde stuk. Wie omgekeerd alleen het ADR-document in het douanedossier stopt en geen VIB, heeft bij een controle niets om de indeling mee te onderbouwen. Bij een gecombineerde rit, zee plus weg, liggen IMDG-documenten en ADR-documenten naast elkaar. De classificatie is dezelfde. De verpakkingsinstructies, de hoeveelheidsgrenzen en het papieren regime verschillen. Neem ze over, tik ze niet opnieuw in.

Hoe verhouden de negen klassen zich tot wat jij in het dossier zet?

Klasse 1 tot en met 9 dekken explosieven, gassen, brandbare vloeistoffen, brandbare vaste stoffen, oxiderende stoffen, giftige en infectueuze stoffen, radioactief materiaal, bijtende stoffen en de restcategorie. Binnen een klasse zitten verpakkingsgroepen I, II en III voor de mate van gevaar, en etiketten voor nevengevaar. Die gegevens komen uit de classificatie van de stof, niet uit de handelsnaam. In het dossier horen ze als stamgegevens bij het artikel: UN-nummer, klasse, verpakkingsgroep, officiële vervoersnaam, tunnelcode, of de stof als limited quantity mag. Een declarant die dat per zending uit het VIB overtypt, maakt precies de fouten waarop een controle is gebouwd: een 3 in plaats van een 8, een II in plaats van een I, een oude vervoersnaam. Limited quantity (LQ) en excepted quantity zijn vrijstellingen met eigen merken en eigen hoeveelheidsgrenzen, geen vrijbrief om niets te documenteren. Een webshopzending met parfum kan LQ zijn op de weg en alsnog een volledige douaneaangifte vragen. Het ene regime laat het andere niet los.

Wat moet een douaneangever met ADR, als het niet op de aangifte staat?

Drie dingen. Eerst: de goederencode toetsen op maatregelen. Een stof met een UN-nummer heeft vaak ook een TARIC-maatregel, en zonder het bijbehorende documentnummer weigert DMS de aangifte. Ten tweede: het dossier compleet maken voor de controle. Bij een fysieke controle is het VIB het eerste dat wordt gevraagd, en daarna het vervoersdocument. Ten derde: de keten niet laten vastlopen op de terminal of bij de vervoerder, omdat het ADR-stuk ontbreekt terwijl de MRN al binnen is. De spanning zit in de planning. De aangifte kan in minuten zijn aanvaard. De trailer rijdt pas als de chauffeur het document heeft, de colli de juiste etiketten dragen en de schriftelijke instructies in de cabine liggen. Wie die stukken pas zoekt na de vrijgave, koopt standtijd met een groene aangifte. Bij uitvoer geldt hetzelfde in omgekeerde volgorde. De uitvoeraangifte gaat de deur uit, de trailer wordt geladen, en pas bij de poort blijkt dat de klasse op het document niet bij de stof hoort. Dan staat de zending stil met een MRN dat al onderweg is in de keten.

Wie handhaaft ADR in Nederland, en hoe raakt dat de Douane?

De ILT handhaaft het vervoer van gevaarlijke stoffen op de weg. De Douane handhaaft de aangifte, de verboden en de beperkingen. Bij een controle kunnen ze naast elkaar staan: de ene kijkt naar etiket, verpakking en document, de andere naar goederencode, waarde en bescheiden. Een afwijking tussen VIB, ADR-document en aangifte is dan het eerste dat opvalt. Die afwijking is bijna altijd een overtypfout of een stamgegeven dat niet is bijgewerkt na een nieuwe versie van het VIB. Rubriek 14 is gewijzigd, het UN-nummer of de klasse is aangepast, en het artikelbestand draagt nog de oude waarde. Op de weg is dat een overtreding. In de aangifte is het een indeling die opnieuw ter discussie staat. Houd één bron. Het VIB voedt de classificatie, de classificatie voedt het ADR-document, de goederencode voedt de aangifte, en de drie moeten tot dezelfde stof herleidbaar zijn. Waar ze uit elkaar lopen, is niet 'een transportkwestie' of 'een douanekwestie'. Het is één artikelkaart die niet klopt.

Wat verandert er als dezelfde stof van de weg op zee of in de lucht gaat?

De classificatie, UN-nummer, klasse, verpakkingsgroep, blijft gelijk. Het regime niet. IMDG op zee, IATA-DGR in de lucht, RID op het spoor, ADN op de binnenwateren. Verpakkingsinstructies, hoeveelheidsgrenzen, scheidingstabellen en het document zelf verschillen. De lucht is het strengst: stoffen die op de weg zonder meer mee mogen, zijn aan boord van een passagiersvliegtuig verboden. Voor een dossier dat over zee binnenkomt en over de weg doorgaat, liggen dus twee documentensets in dezelfde map, met dezelfde classificatie eronder. Wijkt de ene set van de andere af, dan is er ergens overtypt. Bij een multimodal dossier is dat de eerste controle voordat de trailer wordt besteld. Zet de modaliteit in de stamgegevens van de zending, niet alleen in de vrachtbrief. Een artikel dat 'ADR klasse 3' draagt, is daarmee nog niet luchtwaardig, en een declarant die alleen de weg kent, boekt een vlucht die de airline weigert. De weigering komt dan ná de uitvoeraangifte.

Veelgestelde vragen over ADR

Staat het UN-nummer op de douaneaangifte?
Nee. DMS vraagt geen UN-nummer, geen klasse en geen verpakkingsgroep. Die gegevens horen op het ADR-document en in rubriek 14 van het veiligheidsinformatieblad. Op de aangifte telt de goederencode, met de maatregelen die TARIC daaraan hangt.
Is het veiligheidsinformatieblad een ADR-document?
Nee. Het VIB onderbouwt de classificatie, vooral in rubriek 14. Het vervoersdocument is een apart stuk, met UN-nummer, officiële vervoersnaam, klasse, verpakkingsgroep en hoeveelheid. De chauffeur heeft het vervoersdocument nodig, niet zestien pagina's SDS.
Wie handhaaft ADR in Nederland?
De ILT, voor het vervoer. De Douane handhaaft de aangifte en de verboden en beperkingen bij de goederencode. Bij een controle kunnen beide langs de zending staan, en dan is een afwijking tussen VIB, ADR-document en aangifte het eerste dat opvalt.
Wat is een limited quantity onder ADR?
Een vrijstelling voor kleine hoeveelheden per binnenverpakking, met eigen merken en eigen drempels per stof. LQ haalt de volle ADR-plicht op de weg deels weg, maar laat de douaneaangifte en de TARIC-maatregelen ongemoeid.
Geldt ADR ook voor een container die van de terminal de weg op gaat?
Ja. Zodra de container over de weg wordt vervoerd, geldt ADR, ook als de zeereis onder IMDG is afgehandeld. De classificatie blijft gelijk, het document en de etikettering moeten op de weg kloppen.
Moet de declarant een ADR-rijbewijs hebben?
Nee. Het ADR-rijbewijs is voor de chauffeur, per klasse. De declarant moet de classificatie in het dossier juist hebben, de goederencode toetsen en de documenten bij elkaar houden. Dat is een andere bevoegdheid.