CMR-vrachtbrief
Ook bekend als: CMR
De CMR-vrachtbrief is het standaard vervoersdocument voor internationaal wegvervoer onder het CMR-verdrag. Hij bewijst de vervoersovereenkomst en de overdracht van de lading, maar is geen eigendomsbewijs.
Wat is een CMR-vrachtbrief en wanneer geldt het verdrag?
CMR staat voor het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, gesloten in Genève in 1956. Het verdrag geldt als de plaats van inontvangstneming en de plaats van aflevering in twee verschillende landen liggen, waarvan minstens één partij is bij het verdrag. Nederland en België zijn dat, net als het Verenigd Koninkrijk, ook na Brexit. Voor een rit van Rotterdam naar Manchester blijft de CMR dus het vervoersdocument. De vrachtbrief is het bewijs van de vervoersovereenkomst tussen afzender en vervoerder. Hij is geen waardepapier: wie het blad in handen heeft, is daarmee niet de eigenaar van de lading. Dat onderscheidt de CMR van het cognossement bij zeevracht. Voor de Douane is de CMR het document waarmee je aantoont hoe de goederen hebben bewogen, hoeveel colli er waren, wat het gewicht was, en wie afzender en geadresseerde zijn. Nationaal wegvervoer valt buiten het verdrag. Daarvoor bestaat vaak een nationale vrachtbrief of alleen een ritopdracht. Een binnenlandse rit na inklaring heeft geen CMR nodig, de grensoverschrijdende rit ernaartoe wel.
Wat staat er op een CMR en welke exemplaren zijn er?
Het standaardformulier heeft genummerde vakken. De belangrijkste voor de aangifte zijn afzender, geadresseerde, plaats van inontvangstneming, plaats van aflevering, merken en nummers, aantal colli, soort verpakking, goederenomschrijving, brutogewicht, volume, en de bijgevoegde documenten. In vak 13 of 18 staan vaak instructies voor de douane, zoals het MRN van een T1 of de vermelding dat de goederen onder schorsing reizen. Traditioneel gaan er drie exemplaren mee: één voor de afzender, één voor de vervoerder, één voor de geadresseerde. Soms komt er een vierde bij voor de administratie. De chauffeur tekent bij inontvangstneming, de geadresseerde tekent bij aflevering. Die twee handtekeningen maken van de CMR een bewijs van overdracht. Zonder handtekening van de geadresseerde kun je bij schade of bij een ontbrekende zending weinig beginnen. De goederenomschrijving op de CMR is vaak grover dan die op de factuur. Dat is geen fout van het document, het is een kenmerk. Voor de aangifte blijft de factuur leidend voor indeling en waarde. De CMR gebruik je om colli, gewicht en de keten van afzender naar ontvanger te toetsen.
Hoe gebruik je de CMR bij de douaneaangifte?
Bij invoer over de weg is de CMR het vervoersdocument in het dossier, naast de factuur en de paklijst. Je haalt er de colli, het brutogewicht, de afzender, de geadresseerde en eventueel het kenteken of de aanhangwagen uit. Die gegevens moeten kloppen met wat je in DMS of, bij doorvoer, in NCTS zet. Een verschil in colli tussen CMR en paklijst is een standaardreden voor een vraag van de Douane. Rijdt de zending onder T1, dan hoort het MRN van die transitaangifte op de CMR of als bijlage mee. Bij aankomst meld je de goederen aan bij het kantoor van bestemming of, met een vergunning, op de erkende plaats. De CMR alleen zuivert de T1 niet. De zuivering volgt uit de terugmelding in NCTS, in Nederland via DVA, nadat de opvolgende aangifte (invoer of plaatsing in entrepot) is aanvaard. Voor uitvoer over de weg is de CMR het bewijs dat de goederen zijn meegenomen. Bij een discussie over het btw-nultarief is de getekende CMR vaak het stuk dat de keten sluit. Bewaar hem bij het dossier.
Wat is het verschil tussen CMR, cognossement en luchtvrachtbrief?
De drie documenten bewijzen allemaal een vervoersovereenkomst, maar alleen het cognossement (de bill of lading) is daarnaast een waardepapier. Wie het originele cognossement heeft, kan de lading bij de rederij opeisen. Een CMR en een luchtvrachtbrief (AWB) geven dat recht niet. De geadresseerde op de CMR heeft recht op aflevering omdat hij in het document als ontvanger staat, niet omdat hij een origineel blad overlegt. Dat verschil heeft gevolgen bij inklaring. Bij zeevracht wacht de terminal op een telex release of op de inlevering van een origineel. Bij wegvervoer is de lading beschikbaar zodra de chauffeur bij de geadresseerde of de terminal aflevert en de geadresseerde tekent. Er is geen documentaire vrijgave apart van de fysieke overdracht. Voor de aangifte is de rol vergelijkbaar: vervoersbewijs, geen waardebepaling. De factuur blijft leidend voor de douanewaarde. De CMR, de bill of lading of de AWB gebruik je om te toetsen of gewicht, colli en partijen overeenkomen. Komen ze niet overeen, dan stop je de aangifte tot het verschil is verklaard.
Wat is e-CMR en wat verandert dat voor het dossier?
Het aanvullend protocol bij het CMR-verdrag uit 2008 maakt een elektronische vrachtbrief gelijkwaardig aan de papieren. Nederland en België doen mee. Een e-CMR is dus een rechtsgeldig vervoersdocument, geen kopie van een papier dat ergens in de cabine ligt. De handtekeningen zijn elektronisch, de status (geladen, onderweg, afgeleverd) is tussentijds zichtbaar, en het document is niet meer afhankelijk van een blad dat de chauffeur moet inleveren. Voor de Douane verandert de bewijskracht niet. Je moet de e-CMR kunnen tonen bij een controle, met dezelfde vakken als op papier. In de praktijk betekent dat: een PDF of een uittreksel uit het e-CMR-platform in het douanedossier, gekoppeld aan dezelfde zending als de factuur. Een link die na dertig dagen verloopt, is geen archief. Let op de inhoud, niet op het medium. Een e-CMR met een vage omschrijving of zonder brutogewicht is even onbruikbaar als een slecht ingevuld papieren exemplaar. Het protocol lost de kwaliteitsvraag niet op, het lost alleen het papierprobleem op.
Waar gaat het mis met CMR's bij inklaring?
Het eerste probleem is een CMR die niet bij de factuur hoort. Eén vrachtbrief voor vijf orders, of vijf vrachtbrieven bij één factuur, zonder een gemeenschappelijke referentie. Dan kun je colli en gewicht niet toetsen en weet je niet of de hele lading in de aangifte zit. Zet het zendingsnummer van de expediteur op de CMR, niet alleen het CMR-nummer zelf. Op CMR-nummer koppelen is riskant, omdat dat nummer bij de vervoerder uniek is en bij jou niet. Het tweede probleem is een ontbrekende of ongetekende CMR. De chauffeur is al weg, de geadresseerde heeft niet getekend, en het dossier moet de volgende ochtend de aangifte in. Zonder getekende CMR kun je de overdracht niet bewijzen. Voor de invoeraangifte zelf is dat niet altijd blokkerend, maar bij een controle of bij een T1-zuivering wel. Het derde probleem is een afwijkend gewicht of een afwijkend aantal colli. De paklijst telt 40 kartons, de CMR 38, de factuur 40 regels. Stop de aangifte. Een van de drie is fout, en de Douane merkt het bij een fysieke controle meteen.